Jubileum organist Gerrit van der Werf

Een van onze organisten, Gerrit van der Werf, mocht onlangs een jubileum vieren. Hij was 40 jaar kerkorganist.

Op zondag 19 juli heeft hij daarvoor in de morgendienst een teken van waardering gekregen – een gouden speld met een briljantje – van de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk Beheer van de PKN.

Hier twee foto’s van de plechtigheid.
Ingelogde leden van deze website kunnen er nog vier meer zien onder het menu “platform leden” en submenu “nieuws voor leden”.
Namens het College van kerkrentmeesters hield ouderling-kerkrentmeester Marjan Tromp er een toespraakje bij. Vanwege de 1,5 meter afstand heeft zijn vrouw Ria van der Werf de onderscheiding opgespeld.

Artikel Krimpens Kerkblad van april 2020: Gerrit van der Werf is veertig jaar organist

“Kijk, het orgel danst,” riep Gerrit van der Werf, toen hij als zesjarig jongetje met zijn ouders een kerkdienst bijwoonde. Hij weet niet meer waar het was. Het schippersgezin Van der Werf woonde overal diensten bij, in het Ruhrgebied, in Antwerpen, in
Rotterdam…
Gerrit kon toen nog niet weten dat hij het orgel in De Rank misschien niet zou laten dansen, maar wel veertig jaar lang in al zijn toonaarden zou laten klinken.
Inspiratiebronnen
Toen hij elf jaar was ging zijn moeder met de kinderen aan de wal wonen in Delftshaven. Daar, in de Pelgrimskerk, werd de liefde voor het orgel pas echt aangewakkerd. Hoe kan het ook anders met gerenommeerde organisten
als Kees van Eersel en Geert Bierling. “Dat waren pas inspiratiebronnen,” zegt Gerrit. Geen wonder dat hij les ging nemen, eerst bij Jan Brandwijk en toen bij Tom van Gogh. “De laatste is misschien niet zo bekend, maar ik heb er veel geleerd.
Nauwkeurigheid vooral en veel vingeroefeningen om de aanslag te perfectioneren.”
Goede leermeester
In 1992 kwam Gerrit toch bij Geert Bierling terecht. Hij zou er tien jaar blijven. “Dat was een feest. Hij heeft mij in de eerste plaats speelplezier bijgebracht. En niet te vergeten de kunst om iets tot klinken
te brengen met een goede articulatie.” Gerrit legt uit wat hij daarmee bedoelt. “Als je alle noten helder wilt krijgen, moet je op de juiste manier je vingers op de toetsen zetten. Je moet minimale openingen tussen de noten creëren zonder
dat het spel te veel staccato wordt.” Ook op het gebied van registratie was Bierling een goede leermeester. Gerrit doceert verder: “Goed registreren is de kunst van het weglaten. Als je de klankcombinaties van een orgel goed wilt laten horen,
dan moet je de zaak niet dicht registreren. Vol spel is anders dan vol werk.”
Gerrit heeft zich een goede leerling getoond. Nauwkeurigheid, een perfecte toucher, een glasheldere articulatie, een fijnzinnige registratie… het zijn de kenmerken
van zijn orgelspel. Van 1993 tot 1996 volgde Gerrit de cursus Kerkmuziek van de PKN, waar hij les kreeg van Arie Eikelboom en Christiaan Ingelse. “Een gedegen cursus waarin van alles aan bod kwam: orgelbouw, hymnologie, literatuurspel, harmonisatie,
muziekgeschiedenis…” De opleiding bezorgde hem een volledige bevoegdheid tot kerkorganist.
Liedbundels
In 1980 – jawel, veertig jaar geleden – werd Gerrit organist in De Rank, naast Jan Groeneveld, Rinus van Vliet, Piet Koen en Wim Koen. De Rank had net een nieuw Johannesorgel aangeschaft. “Misschien niet ideaal, maar
het had wel mogelijkheden,” zegt Gerrit. Jaren later was hij zelf intensief betrokken bij de aanschaf van het huidige orgel. In die begintijd kon een organist zich nauwelijks voorbereiden op een dienst. “Vlak voordat de dienst begon, kreeg
je van de koster een briefje met de te zingen liederen. We zongen toen uit één bundel, het Liedboek van 1973. Dat was wel overzichtelijk. Tegenwoordig gebruiken we een veelheid van bundels. Een beetje te veel als je het mij vraagt. Het Nieuwe
Liedboek met misschien nog één andere bundel moet toch genoeg zijn.”
Voorbereiding
Tegenwoordig krijgt de organist vroegtijdig de liturgie en kan zich goed voorbereiden. Gerrit doet dat met de hem kenmerkende accuratesse. “Ik bestudeer de liturgie, kijk naar de liederen, vooral ook naar de tekst,
ik lees de schriftlezing zorgvuldig. Op grond hiervan bezin ik me op de voorspelen en ik bedenk welk orgelspel voor en na de dienst passend is. Dat kan een lied zijn, maar ik speel ook graag uit de orgelliteratuur. Het gebeurt dat ik na de
dienst iets anders speel dan ik me had voorgenomen, omdat de preek of de liturgie me op een ander spoor zet.” Deze organist maakt zich klaarblijkelijk volledig dienstbaar aan de liturgie en levert er tegelijk een wezenlijke bijdrage aan. De
voorspelen maakt Gerrit zelf. Hij denkt er wel van te voren over na, maar improviseert ze ter plekke. Hij improviseert trouwens graag en denkt met vreugde terug aan zijn improvisaties bij de kruiswegstaties in de Stille Week een paar jaar
geleden.
Hoe ervaart hij het dat er voor de dienst naar zijn zorgvuldig uitgekozen muziek nauwelijks geluisterd wordt? “Het is zoals het is,” zegt Gerrit. “Iemand die ernaar wil luisteren hoort het en iemand die er niet naar wil luisteren
hoort het niet. Voor mij is het spelen voor de dienst ook een manier van warm lopen, zoals een voetballer voor de wedstrijd.”
Sinds 1998 is Gerrit ook organist van de IJsseldijkkerk. Daar heeft hij een ‘echt’ orgel tot zijn beschikking.
“De beleving daarvan is anders, zo’n pijporgel ademt. Maar ook in De Rank hebben we gelukkig een goed instrument.”
En natuurlijk mogen we niet vergeten dat hij jarenlang de vaste begeleider van Kerkkoor Krimpen is geweest.
Jubileum
Veertig jaar organist… dat zijn ongeveer zestienhonderd diensten waarin Gerrit zijn kennis en kunde van de kerkmuziek en zijn doordachte orgelspel in dienst stelde van de eredienst. We kunnen niet anders dan hem er ontzettend
dankbaar voor zijn.
Huib Neven